Verslag

Verslag Bewoners weten het beter

10 december 2020

Sprekers: 

  • Namens de gemeente Amsterdam komen Machteld Combé (projectleider buurtrechten/right to challenge) en Roos van Os (fearless cities) vertellen over de programma’s waarmee zij bewoners meer eigenaarschap willen geven.
  • Names BOB helpt!, een bewonersinitiatief op Oostenburg, komt Aart Nolen vertellen over hoe zij bewoners van de Oostelijke eilanden een arbeidsperspectief bieden.
  • Marijke Gerritsma, buurtwerker bij Combiwel, vertelt over Huize Lydia, een buurthuis dat deels door bewoners overgenomen wordt.
  • Jennifer Ramsaroep en Oussama El Hadouchi van buurtplatform Van Deyssel.

Amsterdammers zetten zich in voor hun buurt. Op allerlei manieren kan dat ook, denk aan buurtrechten en buurtbudgetten. Hoe ziet dat eruit in de praktijk? En hoe gaat het samenspel van bewoners en beroepskrachten in de wijk? 

Drie delen:

  • Presentatie van Machteld Combé en Roos van Os van de gemeente
  • In gesprek met drie voorbeelden van bewoners
  • Discussie

Deel 1: presentatie over fearless cities en buurtrechten

Fearless cities

Roos van Os, werkt voor fearless cities programma, een kleine doe- en denktank: “Het is een internationaal programma, die samen met andere steden een progressieve beweging op het gebied van klimaat, ongelijkheid, wonen etc wil stimuleren. Wordt ook wel municipalisme genoemd, het gaat erom dat we in een tijdperk van globalisering moeten kijken naar wat we lokaal kunnen organiseren. Het is een redelijk politiek programma.”

“We werken aan een alternatieve visie op de stad om te laten zien dat steden grote krachten zijn om verandering op gebied van ongelijkheid, wonen, klimaat te bewerkstelligen. Het gaat erom bottom up bewegingen te stimuleren. Het gaat om lokale waardencreatie, hoe in bepaalde wijken – dat noem je community wealth building – economische ontwikkeling in de lokale gemeenschap ingebed moet zijn. Afstand van de traditionele economie naar een economie van lokaal eigenaarschap. In drie wijken proberen we projecten op te zetten. Samen met groepen uit de buurt in kaart brengen wat verschillende belangen zijn.”

Buurtrechten

Machteld Combé werkt als projectleider buurtrechten bij de gemeente Amsterdam. Buurtrechten komen oorspronkelijk uit Engeland.

We leggen buurtrechten vast: recht om uit te dagen (right to challenge), recht op gebouwen en openbare ruimte en recht op plannen.

Recht om uit te dagen

Bewoners: we willen een taak overnemen van de overheid, bijvoorbeeld een wijkcentrum overnemen van een welzijnsorganisatie

Recht op gebouwen en openbare ruimte

Buurt: we hebben functie voor plan in de buurt, we willen dat exploiteren met maatschappelijke opbrengsten voor de buurt

Recht op plannen

Plannen voor de inrichting van openbare ruimte te ontwikkelen

Wat is er nu nodig om buurtrechten meer handen en voeten te geven?

Machteld: “Amsterdam wil buurtrechten vastleggen in een participatieverordening. Het idee komt van buiten en je wilt dat het idee zoveel mogelijk blijft wat het is. Wat voor ambtenaren soms lastig is, is dat ze van twee kanten beleid krijgen. Dan is de uitdaging om ruimte te vinden in de regels die al bestaan.”

Deel 2: drie bewoners vertellen over hun initiatief

Aart Nolen van Bob helpt

“BOB helpt! Is een sociale onderneming die diensten levert op oostenburg noord. Op die manier creëert Bob helpt werkgelegenheid voor jongeren om zo hun sociaaleconomische status te verbeteren. Oostenburg Noord heeft nog bijna geen bewoners, het was lange tijd braakliggend terrein. Stadgenoot heeft heel Oostenburg Noord gekocht en verkocht aan projectontwikkelaars. Er komen meer dan 3000 mensen te wonen. Als initiatiefnemers zijn we verankerd in de buurt. We willen ervoor zorgen dat de mensen die hier komen te werken goed landen in de buurt.

We hebben een rij van 40 mogelijke diensten bedacht waarvan wij denken dat er behoefte aan is bij de toekomstige bewoners: baliewerk, hondenuitlaatservice, etc. In de koopwoningen zullen ze een vve vormen die kan ons ook inhuren, net als individuele bewoners. We willen dat de nieuwe bewoners meeprofiteren van de vernieuwing die er komt.”

Dat is verbonden met right to challenge, hoe hebben jullie dat aangepakt?

“Op het gebied van onderhoud van de openbare ruimte. Daar kwamen we gaandeweg achter. Heel noord is eigendom van stadgenoot, ook de openbare ruimte. Ze zullen dat overdragen aan gemeente en daar gaan we bij de gemeente aankloppen om te zien of we op het terrein van schoon, heel en veilig ook opdrachten kunnen krijgen. Daar is moed en durf voor nodig want de gemeente heeft vaak preferred supliers.”

Marijke Gerritsma, buurtwerker bij Combiwel

“Huize Lydia bestaat als heel lang als buurthuis, is een fenomeen in Zuid. Al jarenlang zijn bewoners daar bezig om activiteiten te organiseren. Het is een culturele smeltkroes van Oud-Zuid van bewoners.

De welzijnsopdracht van Combiwel was te klein om heel Huize Lydia financieel te kunnen odnerhouden. We moesten sluiten om extra geld binnen te halen met huurders. Bewoners kwamen in opstand want die zeiden: er zijn goede activiteiten. Zij zijn naar het stadsdeel gegaan, ze mochten toen een plan maken waarin ze aangaven hoe ze het zelf konden financieren. We gaan geen externe partner inhuren voor de huur maar we gaan kijken of we zelf iets kunnen betalen, of er giften mogelijk zijn. Verschillende clubjes, zoals de tekenclub, schaakvereniging, etc., hebben dat samen gedaan. Ze willen echte verantwoordelijkheid nemen in de vorm van een vereniging. Combiwel houdt verantwoordelijkheid voor het huis van de wijk met welzijnsopdracht en daarnaast zijn er activiteiten van sterkere bewoners die exploitatie rond krijgen waardoor het huis juist voor de andere bewoners een aantrekkelijke plek blijft. Wij zijn een van de grotere huurders, zo zou je dat kunnen zeggen, maar de bewoners zijn in de lead. Wij volgen. De welzijnsopdracht is dat ook mensen met rafelrandjes zich veilig voelen om activiteiten te organiseren. Voor mij als welzijnswerker is het belangrijk dat niet het recht van de sterkste gaat gelden.”

Buurtplatform Van Deyssel

Jennifer: “Begin dit jaar werd vernieuwingsplan door woningbouw gepresenteerd. We hebben ons als bewoners verenigd net voordat corona begon om te bepalen met welke punten we het eens zijn en met welke niet. We hebben gelukkig ondersteuning van Stichting WOON. 

Er komen woningen bij, woningen worden gerenoveerd, herinrichting openbare ruimte. 

Wat wij heel belangrijk vinden is dat meeste bewoners al jaren in de buurt wonen vooral omdat het zo’n fijne buurt is. Dat willen we zo houden. Wat er voornamelijk in het plan beschreven staat is dat ze het een meer stedelijk karakter willen geven en daar staan wij niet achter. We praten vooral ook namens de bewoners die hier lang wonen. We zijn een ontwikkelbuurt, dus veel bewoners zijn de taal niet machtig of zijn niet bekend met het internet. 

We werken allemaal, we doen dit allemaal op vrijwillige basis. Het vergaderen, flyeren, nieuwsbrieven maken, voorbespreken en een-op-een praten met bewoners kost heel veel tijd. Daar maken we tijd voor vrij.”

Oussama: “Wij vinden dat bewoners niet voldoende zijn geïnformeerd. Misschien hebben ze een flyer van de gemeente of woningbouw gekregen, maar daar staat niet de volledige informatie in. Of het is niet duidelijk wat hen wordt gevraagd. Het zorgt voor een passieve rol, ze denken: ik hoor later meer, ik merk het wel als het wat concreter wordt. Wij proberen dat gat te dichten. Want je hebt als bewoner meer informatie nodig om je mening te kunnen vormen.”

Hoe gaat de samenwerking met beroepskrachten?

Oussama: “Er is geen gelijk speelveld. Wij als bewoners zijn geen professionals en weten niet in wat voor stadium het project zich bevindt. Als we ergens in een vergadering zitten, weten we niet altijd wat het doel van de vergadering is. Er komt veel bij kijken, er worden aantekeningen gemaakt of visies voor de buurt besproken, maar je weet niet wat er met je stem gebeurt.” 

Jullie hebben je samengevoegd met andere buurtorganisaties, jullie strijden voor buurtplatformrecht, waarom doen jullie dat?

Jennifer: “Nog steeds willen de gemeente en woningbouw ons niet erkennen en moeten we bewijzen wie we vertegenwoordigen. We willen dezelfde rechten en plichten voor buurtplatforms, net als bewonerscommissie, zodat de kaders duidelijk zijn. Ook naar de gemeente toe, wan het is alleen maar een meerwaarde dat we zijn opgericht en bestaan.”

Deel 3: discussie over verhouding beroepskrachten en bewoners

Ria van Hart voor de K-buurt. Jullie trekken met hen op voor dat recht.

Ria: “We willen dat het duidelijk is dat bewoners stakeholders zijn. Het is belangrijk dat we een erkende positie hebben en dat we daarin gefaciliteerd worden. En dat erkend wordt dat bewoners kennis organiseren en dat ze samenwerkingskracht hebben en veel kunnen bereiken. 

Er zijn veel bewoners in dat soort platformorganisaties actief die veel deskundigheid hebben die normaal van buitenaf zou worden ingevlogen om zo’n plan te maken. Wij zeggen: nee, wij weten het beste wat er in de buurt moet gebeuren en die deskundigheid hebben we in huis, en als we die niet hebben, huren we die in.”

Je zegt: we hebben veel kennis in huis. Is er een grens tussen wat bewoners en wat beroepskrachten kunnen?

Ria: “Dat kan per gebied verschillen. Maar soms heb je hele specifieke kennis nodig. Dan werken we samen met de gemeente. In eerste instantie wil je recht op ondersteuning om die expertise binnen te halen en daar is goede samenwerking voor nodig met de gemeente.”

Marijke, jij zei ook dat die samenwerking belangrijk is. Is er een grens bij kwetsbare bewoners?

“Dat is primair onze taak maar we agenderen dat bij anderen die gebruikmaken van Huize Lydia. Insluiten is ons uitgangspunt. Het is ónze opdracht, daar krijgen we geld voor, maar het is de verantwoordelijkheid van ons allemaal.”

Machteld, kunnen de bewoners alle taken overnemen als ze dat zouden willen?

“Ik sluit me aan bij Ria. Het woord bewoner roept een associatie op, maar ga eens kijken naar welke capaciteit er zit en bepaal met elkaar hoe die samenwerking eruit komt te zien.”

Als collectief kun je meer?

Ria: “We kennen allemaal het fenomeen als er ergens projectencarousel gaande is, concurreren ze met elkaar en het buurtbelang wordt ondergeschoven kindje. Wij zeggen dat dat voorop staat, we willen stem geven aan wie niet wordt gehoord. Die hebben een versteviging infrastructuur in de buurt nodig. Het is belangrijk te weten wie je strategische partners zijn. Dan ben je sterker dan wanneer je een idee hebt voor de buurt en dat zelf wil gaan uitvoeren.”

Houding van beroepskrachten, wat is belangrijk in hun houding naar jullie toe?

Ria: “Vooral om ruimte te geven, om bewoners niet te onderschatten. We merken ook een spanningsveld dat men het moeilijk vindt om ruimte te geven omdat het lijkt alsof we ze overbodig willen maken maar dat is niet het geval. Je moet elkaar aanvullen en samenwerken, vanuit verschillende perspectieven tot een goed plan komen.”

Jennifer: “Dat is best lastig. In het laatste overleg hebben we aangegeven dat we erkenning willen als platform en als groep die 1200 huishoudens vertegenwoordigt. We hebben samenwerkingsovereenkomst naar ze gestuurd. We hebben allebei dezelfde belangen, want het doel is een fijne leefbare buurt. Daarvoor moet je vaste afspraken op tafel hebben. Rochdale en gemeente zijn niet akkoord gegaan met samenwerkingsovereenkomst. Ze vonden het te juridisch maar wij hebben aangegeven dat naar de rechter gaan niet het doel is maar dat er vaste afspraken zijn. We willen de gelegenheid om achterban goed te informeren.”

“We moeten stilstaan bij dat we eigenlijk hetzelfde willen, wat is het gemeenschappelijk belang: een leefbare buurt. Voor ons is daarbij heel belangrijk: eigen bewoners eerst, de huidige bewoners moeten de mogelijkheid hebben om terug te komen.”

Wat moet er geregeld worden. Als je het hebt over buurtbudgetten, buurtrechten, allemaal extra prachtige gelegenheden die op Amsterdammers afkomen om meer zeggenschap te krijgen, maar wat als die hele batterij aan ambtenaren weggaat die op die projecten zitten. Hoe zorg je voor goede borging wanneer dit soort programma’s ophouden?

Machteld: “Een van de dingen is een werkwijze, ook zoals Jennifer en Ria zeggen. Je moet goede afspraken maken. Die moet je samen maken. De overheid is nog steeds bezig over te gaan naar een andere manier van werken. Voor alles wat je innoveert of aanpast is extra mankracht nodig. Die overgang vraagt tijd en capaciteit.”

Over buurtrechten, wanneer komen de buurtrechtloketten?

Machteld: “Ik kan geen exacte datum geven. Dit wordt een ambtelijk antwoord maar ik ben met pilots bezig en we denken na over hoe dit eruit komt te zien. In Rotterdam zijn ze al veel verder en je ziet dat het dan ook echt moeilijk blijft.”

Wat moet er geregeld worden?

Aart: “Je moet het niet overbureaucratiseren. Ik denk dat je het heel praktisch moet invullen. Wat wij hier willen doen in Oostenburg Noord is gewoon groenonderhoud en straatonderhoud. Waar we tegenaanlopen is dat de ambtenraren zeggen dat ze wel willen maar niet kunnen. Er moet veel veranderen om ruimte te maken voor buurtinitiatieven. Het tweede is dat je buurtgroepen een budget geeft.”

Isa van Stichting WOON: “Bij een plan, waar de hele buurt achter staat, is het in het ambtelijk apparaat niet mogelijk om het idee uit te voeren. Vaak zijn er aanbestedingen of contracten of Europees geld. Soms is er geen vertrouwen, dat is het gevoel dat bewoners vaak hebben. Vertrouw de bewoners, laat los, doe een stap terug en kijk wat er gebeurt.”