Verslag

Verslag Voorbij de Verkokering

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

5 november 2020

Verkokering is een berucht en hardnekkig probleem binnen de maatschappelijke sector. Er is geen handboek om het op te lossen, maar het helpt om erover na te denken. Dat is wat we in dit Stadsgesprek gaan doen.

Dit Stadsgesprek bestaat uit twee delen: 

  • In gesprek met Jos van der Lans, we kijken terug op decentralisaties in het sociale domein.
  • Daarna twee voorbeelden in A’dam van ontkokering.

Inleiding

Verkokering is een lang probleem. Om te ontkokeren is veel gedaan, waaronder decentralisaties. In de troonrede in 2013 benoemde de koning de overgang van de verzorgingsstaat naar de participatiesamenleving. Op 1 januari 2015 ging een van de grootste verbouwingen van de overheid van start. Sindsdien is de gemeente verantwoordelijk voor de participatiewet, wmo en jeugdwet. Dit ging gepaard met bezuinigingen. Maar ook met beloftes. Decentralisatie zou bijdragen aan ontkokering en dichter bij de burger staan.

Deel 1: In gesprek met Jos van der Lans

Jos van der Lans publiceerde als cultuurpsycholoog veel over de decentralisatie van het sociaal domein, zoals de serie Nabij is beter op Sociale Vraagstukken

Achtergrond decentralisaties

Jos vertelt: “Decentralisaties zijn niet in 2015 begonnen. Als je de geschiedenis van de verzorgingsstaat in notendop neemt, zie je het ontstaan van allerlei wetten. De discussie kwam op gang dat het ver van burgers was geregeld. 2015 was het slothoofdstuk van een langdurig proces. De kosten van het institutioneel veld gingen omhoog. Decentraal zou betekenen: dichter bij de burger, beter georganiseerd en dan ook nog goedkoper.”

“Zelfredzaamheid staat voorop. Als de overheid bureaucratisch is, ligt het argument voor de hand, dat mensen zelf beter regie over hun leven kunnen nemen en dat die niet afhankelijk moet zijn van instanties die bureaucratisch zijn.”

Beloftes

“Er zit een element van onvermogen in. We hebben al die professionals, die vliegen allemaal op een bepaalde manier op mensen af en we krijgen dat niet goed ontkokerd. Dus, als we die instanties niet tot samenwerking dwingen, maar als we een gebied maken waarin ze moeten samenwerken lukt het misschien beter. Dat werkgebeid is de wijk geworden. 80% van de Nederlandse gemeenten werkt met wijkteams. Daarin werken professionals van verschillend kaliber samen om mensen snel ondersteuning te kunnen bieden.” 

“Een andere belofte is dat burgers invloed krijgen op hun eigen leefomgeving en op de dienstverlening in hun buurt. Ik noem decentralisatie weleens de kortste weg naar de hemel.”

De resultaten van 5 jaar

“De wijkordening begint wel op gang te komen. Maar je ziet ook dat het in zo’n proces heel moeilijk is om uit je institutionele logica te stappen. Dat is voor zowel professionals, als ambtenaren en burgers moeilijk. Wijkteams worden een soort spons van allerlei problemen, schulden, taalproblemen etc. De verhouding met informele zorg is er een beetje bij ingeschoten.”

“In zo’n wijk acteren heel veel mensen met hun eigen logica (belangen) die elkaar wel opzoeken maar elkaar niet altijd verstaan. Burgerorganisatie doet beroep op de overheid, maar voordat je in de subsidiemolen terechtkomt moet je je aanpassen aan de logica van de overheid. Dat is een open mentaliteit die bij al die partijen moet ontstaan om op een gelijkwaardige manier met elkaar om te gaan.”

“Een probleem is dat er geen partij is die dat gesprek op gang brengt en die de gemeenschappelijkheid organiseert. Dus krijg je een situatie waarin mensen bij hun eigen belang blijven. Wie trekt eigenlijk de samenwerking?” 

“Voor een groot deel is dat belegd bij ambtenaren. Het is ook een vraag of anderen dat accepteren. Ik zie zelf een rol voor burgerorganisaties. Bewoners zijn de enigen die alles overzien wat er in de wijk gebeurt. Het is een paradox: bewonersorganisaties zijn steeds belangrijker voor die rol maar hebben ook weinig mogelijkheden om die rol te nemen.”

Buiten de comfortzone

“Iedereen heeft z’n verhouding tot het publieke. Ik vind het bijvoorbeeld altijd raar dat bewoners zich naar de overheid als vragende partij moeten opstellen. Maar andersom komt zelden voor. De eenvoudige situatie dat je eens met ambtenaren om de tafel gaat zitten die vragen wat er nodig is komt niet voor. Je moet ook zoeken naar nieuwe communicatiemanieren.”

Tussendoor roert het publiek zich: een gebiedsmakelaar die voorheen opbouwwerker was en een participatiemedewerker die voorheen opbouwwerker was, vertellen dat zij hun werk nu als volstrekt anders.

Dick, Eigenwijks: “Organisaties hebben andere dynamiek. Welzijnsorganisatie heeft een opdracht uit te voeren in het kader van subsidie van gemeente. Het gaat om het uitvoeren van de beleidslijn van de organisatie. Bewonersorganisatie vertrekt vanuit wie wonen hier, waar willen ze tijd en energie insteken en wat willen wij daarin betekenen.”

Deel 2: Twee praktijkvoorbeelden die dwars door de verkokering heen opereren

De gezondheidsambassade in Nieuw-West, een initiatief van Eigenwijks, leidt bewoners op tot gezondheidsambassadeurs. Verschillende organisaties werken hierbij samen. 

Eigenwijks besloot in 2014 thematisch te werk te gaan op het gebied van gezondheid. Dat kwam vooral door vragen en signalen van bewoners, zoals zorgen over een buurvrouw die haar huis niet uitkomt of zorgen over kinderen die chips eten. De gezondheidscijfers in Nieuw-West zijn ook niet al te best.

Geijkte organisaties kregen bewoners niet in beweging om gezonder te gaan leven. Eigenwijks besloot het om te draaien en niet zelf te bepalen wat gezondheid is, maar dat aan bewoners te vragen en ook welke invloed de buurt volgens hen heeft. In gesprek met bewoners kwamen veel ideeën naar boven. In de jaren daarna zijn die ook uitgevoerd. Eigenwijks leidt bewoners op tot gezondheidsambassadeurs. Voor inhoudelijke vragen kan Eigenwijks terugvallen op organisaties als de GGD en HvA.

Eigenwijks: “Het gebeurt weleens dat mensen van kastje naar de muur zijn gestuurd en ze van ons hulp willen. Onze rol is verbinding zoeken, wij hebben natuurlijk goed beeld van de sociale kaart. Maar voor bewoners bestaan die grenzen niet, die bij gemeenten zijn of grenzen tussen wijken. Dus voor ons is dat dagelijkse kost.”

“GGD is nauw betrokken en levert bijdragen. Dat geldt ook voor betrokken ambtenaren. Partners die aangehaakt zijn vinden dit heel mooi. Het is aan ons om te zorgen dat wat de bewoners willen leren in het programma terugkomt, wij zoeken daar de partners bij.”

“Onze taak is het opbouwen van een relatie met de organisaties en de personen daar. De bewoners hebben zelf onderwerpen waar hun hart sneller van gaat kloppen.”

Samen Vooruit

Het tweede voorbeeld is Samen Vooruit uit de Indische Buurt.

Tim Doornewaard, een van de projectleiders vertelt: “Samen Vooruit heeft een lange geschiedenis in Indische buurt. De gedachte is als bewoners willen we meer eigenaarschap en zeggenschap over onze buurt. Toen zijn we ons gaan organiseren. De formule heb ik nog niet gevonden, ik zie het als een experiment. Je hebt te maken met allemaal buurtbewoners die allemaal iets ander willen.” 

“Ik ga ervan uit dat als een groep mensen iets belangrijk vindt, dat het gaat gebeuren. Maar je moet wel de gelegenheid creëren waardoor ze het ook echt kunnen uitvoeren. Dan kun je te maken krijgen met verkokering. Bijvoorbeeld: je wilt iets doen aan zwerfafval, dan heb je ineens te maken met regels van de overheid. Dat is jammer want je hebt een groep enthousiaste bewoners die gewoon willen beginnen. Het begint vaak met een actieve kerngroep van iets van tien bewoners. De een wil de straat opruimen. Dat is nog wel gemakkelijk, want dan weet je vaak bij welke ambtenaar je moet zijn. Maar een ander wil de afvalcontainers vergroenen. Dat is ingewikkelder, want dan heb je vaak niet één aanspreekpunt bij de gemeente, en die aanspreekpunten hebben vaak onderling ook niet altijd goed contact.” 

Energie vasthouden

“Ik focus me op het positieve. Ik vind het geweldig wat er wel kan. Wat Jos ook al zei: veel bewoners willen iets, maar iemand moet de verandering faciliteren of de kar trekken. Ik vind het leuk dat te doen. Wij respecteren heel erg de samenwerking tussen bewoners, professionals en gemeente. We vinden dat we verder komen als we in goede samenwerking kunnen realiseren.” 

“Je hebt de gemeente ook niet altijd nodig. Daar is Het Keukencollectief een voorbeeld van. Soms gaat dat sneller. In de Indische buurt hebben we een makkelijk benaderbaar gebiedsteam. Zij spelen zeker een belangrijke rol.”

Verbinding houden

“Je moet oog houden voor de balans. Als iets niet lukt, is het vaak iets te veel of te weinig. Mensen denken of doen vanuit verschillende rollen of krachten. Bij de een ontstaat meer weerstand, bij de ander meer verbiding. Het is belangrijk om op democratische wijze te beslissen. Als je besliskrachtig bent, ben je ook besluitvaardiger. Ik vind het belangrijk dat mensen bij mij begrijpen hoe beslissingen tot stand komen en als ze dat niet begrijpen kunnen ze me erop aanspreken, want misschien doe ik ook weleens iets fout.” 

“Sinds een jaar ben ik gecharmeerd van techniek: sociocratische kringmethode. We vragen niet meteen: wat vind je ervan? Maar we doen een ronde met de vraag: waar hebben het over? Daarna vragen we de meningen en daarna nemen we een beslissing op basis van consent. Als niemand een goed beargumenteerd bezwaar heeft, dan gaan we het gewoon doen.” 

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin