Verslag

Verslag: Contact in coronatijd

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Vanwege de coronamaatregelen organiseerde KNA een websessie rondom de vraag: Hoe houd je contact met je achterban/cliënten in coronatijd? Zo’n 65 mensen deden mee vanachter hun laptop thuis: op de zolderkamer, aan de keukentafel of in de tuin. Drie sprekers uit verschillende sectoren deelden hun ervaringen.

Moderator Rindert de Groot inventariseert de verwachtingen. Mensen hopen voornamelijk op inspiratie en creativiteit. 

Onderwijs

Alle van Steenis, voorzitter van het bestuur van Montessori Scholengemeenschap Amsterdam, vertelt vanaf zijn zolderkamertje. Op de zondag dat bekend werd dat de scholen dichtgingen, hebben ze de ouders brieven geschreven en planningen gemaakt. Op dinsdag hadden ze 85% van de leerlingen bereikt, op vrijwel donderdag allemaal. Ze zijn zeven leerlingen van de 4300 ‘kwijt’. Die proberen ze via de mentoren alsnog te bereiken. 

Sommige leerlingen hadden geen apparaat, maar inmiddels zijn er zoveel laptops beschikbaar gekomen dat alle leerlingen voorzien zijn. Wel is het zo dat ze de laatste weken niet meer alles weten over hoe het gaat met leerlingen. Als leerlingen fysiek in een klas zitten, kan de mentor contact zoeken. Nu belt de mentor naar huis en vraagt wat de leerling nodig heeft om toch in te loggen. Ook is er op alle scholen de mogelijkheid voor leerlingen om daar te werken, als het thuis niet gaat. MSA neemt bijvoorbeeld ook schoolexamens af op de scholen. 

Jongerenwerk

Martin Pattipeiluhu, jongerenwerker bij DOCK in Amsterdam-Noord, vertelt dat ze al bezig waren met digitaliseren van hun dienstverlening maar dat die ontwikkeling de laatste drie weken in een sneltrein terecht is gekomen. Ze doen nu van alles online: coaching, huiswerk, girlstalk, muziekles, een moeilijk onderwerp bespreken. 

Ze hebben geleerd de jongeren zelf in te zetten om andere jongeren te bereiken. In het begin gaven ze vooral zelf veel workshops, maar ze ontdekten dat peer-to-peer video’s van bijvoorbeeld een jongere die zijn favoriete recept maakt, het beter doen. Ze houden bij welke video’s de meeste views hebben. Van elkaar leren vinden ze het leukst. 

Ze attenderen de jongeren die naar buiten gaan. Met als resultaat dat speelvelden steeds beter leeg blijven. Voor jongeren is het lastig: enerzijds hebben ze het fysieke nodig, anderzijds nemen ze het niet altijd serieus. 

Welzijn

Monique de Vries, directeur Combiwel Buurtwerk, startte het stoute plan om vrijwilligersdiensten aan elkaar te knopen. Ze voelde de urgentie, want hoe bereiken we Amsterdammers zonder WhatsApp? Ze besloten met verschillende organisaties om één telefoonnummer te gaan adverteren in heel Amsterdam onder de naam Voor Elkaar In Amsterdam. Ze hebben dat in een weekend gemaakt. 

Ze kregen meteen een enorm aanbod van hulp. Ze denkt dat ze in eerste instantie ook een soort opvang waren voor de emotie van mensen die iets willen doen. De meeste hulpbieders zijn tussen de 30 en de 40 jaar, terwijl vrijwilligers meestal wat ouder zijn. 

Voor elkaar in Amsterdam richt zich op mensen die niet veel online zijn. Er is ook een website, daar komt ongeveer 10% van de hulpvragen binnen; de rest gaat telefonisch. 

In welzijnswerk is altijd de grote vraag: bereik je de mensen die het het meest nodig hebben? Monique zegt dat dat lukt door hun netwerk in te zetten. Ze hebben 100.000 flyers verspreid. Ajaxsupporters hebben posters geplakt. Ze hadden een filmpje op AT5. Ze stonden in huis-aan-huisbladen. 

Het makkelijkst aan dit initiatief was dat ze met z’n allen achter dit plan stonden. Het moeilijkst is te weten of je de mensen bereikt die het nodig hebben. Ze heeft daar wel steeds meer vertrouwen in, omdat ze merkt dat er steeds meer gebeurt in de stad, ook los van het initiatief Voor elkaar in Amsterdam. Mensen doen het gewoon zelf: in hun eigen buurt verspreiden mensen hulpaanbod. Ook zijn woningbouwverenigingen begonnen om mensen te bellen en zo de vragen bij Voor elkaar in Amsterdam te brengen. 

Inmiddels is het aanbod van vrijwilligers en de vraag van Amsterdammers gelijk.

Digibeten

Rindert wil weten: hoe zit het met de beruchte digibeet? Merken jullie dat mensen echt niet digitaalvaardig zijn?

Monique en Martin herkennen dat. Je moet mensen soms helpen om alle stappen door te nemen zodat videobellen toch lukt.

Hoe zit dat met docenten? Alle zegt dat dat hem zo trots maakt. Leraren die voorheen helemaal niet zo actief waren met digitalisering lopen nu ineens voorop.

Voor leerlingen is het zo dat ze snel leren, merkt Alle op. Er zijn twee hobbels: niet iedereen had de middelen en sommige leerlingen hebben weinig basis thuis op dit gebied. Als die hobbels zijn genomen, leren de leerlingen heel snel. Ze adviseren zelfs hun docenten hoe ze de techniek beter kunnen gebruiken.

Statushouders en verwarde personen

Rindert wil weten welke Amsterdammers we echt dreigen te missen? We kunnen zoveel flyeren als we willen, maar mensen moeten uiteindelijk zelf om hulp vragen. Welke mensen doen dat niet?

Een deelnemer van Eigen plan noemt statushouders. Ze zijn bang, hebben al veel meegemaakt en blijven daarom binnen. Eigen plan probeert deze mensen via landgenoten te bereiken die beide talen spreken: zij begrijpen de cultuur van de statushouders en wat die hebben meegemaakt maar ze begrijpen ook de cultuur van Nederland.

Vervolgens noemt iemand verwarde personen. Zij vermijden van zichzelf vaak al hulp. Inloopuren vervallen dus hebben ze nu vaak alleen nog familie om op terug te vallen en als dat niet botert, is de vraag hoe je ze bereikt. Ook over ongedocumenteerden bestaan zorgen.

Wat leren we hiervan?

De laatste vraag is: wat leren we van deze periode?

Alle vindt het te vroeg om al conclusies te trekken maar merkt op dat we mensen z’n allen ontzettend veel aan het leren zijn.

Martin hoopt dat de samenwerkingen blijven. En zet je kracht in. Niet iedereen hoeft online actief te zijn. Zet de mensen in die daar goed in zijn en zet de menen offline in die daar goed in zijn.

Monique sluit zich aan bij Alle. Ook zegt ze dat ze veel actieve buurtbewoners leren kennen in deze periode. 

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin